Vrijdagmiddag

Vrijdagmiddag

dat ik naar jou toe fietste
en groene druiven zonder pitten voor je kocht
en ook wel rozen die net open waren, heel dicht bij elkaar gebonden
en dat jij altijd iets zei van – Hééé -, als je mij zag
en dat je daar dan ook heel blij bij keek
en dat je dan taartjes voor mij had gekocht in het kleine winkeltje
en dat ze in het kartonnen bakje op het aanrecht stonden te wachten
en dat ik dan altijd zei dat ik er maar de helft van wilde
en dat vond je dan goed
en dat ik dan toch alles op at
en dat ik je dan mijn nieuwe jurk liet zien
en dat ik aan je gezicht zag dat je het niets vond
en dat ik dat eigenlijk van tevoren wel had kunnen weten
en of ik dan een wijntje wilde
en ik, -Ik hoef niet Mam-, zei
en dat we dan samen de hele fles leegdronken
en dat ik dan met mijn voeten op de bank een sigaret ging roken
en vertelde over allerlei verdrietige dingen
en dat ik dan heel hard moest huilen
en dat jij dan mijn hand pakte en – Ach kindje toch -, zei