Kersenkind

Kersenkind

Kiem wacht op kou
windt zich om kern
verliest broeigeheugen.

Belangeloos liefhebben
wacht op zaad
wat zich roert
wat zich laaft
aan genen zijde.

Het herinnert zich
barsten
van vullend vrijen.

Het voedt groei
stamt zich
van wortel tot kruin.

Het kent paden
lopend over bloesem bladen.

Vloekend onder voeten
verlicht het zich tot waaien.

Daar mijn lief, mijn kersenkind
kleuren bloemen witte wind.