Buigen

Buigen

Adem stokt,
stopt mijn spreken.

Ik zwijg,
waar ik hoon versta.
Waar ik eigen zin vermoed,
ontstaat een razende stilte.

Ik hoor mijn eigen taal niet.
Ik herken geen eigen klank.

Mijn denken,
bij jou gelaten.

Het buigen,
mijn stille getuige.

Geen gedachte klinkt dover,
dan mijn knikken voorover.